Op Zaterdag 3 Augustus 1946 vertrok voor 't eerst na de bevrijding weer een electrische trein van Utrecht C.S. Het was opeens een vertrouwd gezicht: op de buurtsporen stond weer een ,,stofzuiger" met z'n zoemende compressoren en omvormers. En om 9.10 uur schoof hij langs het perron, de motoren zongen hun lied steeds hooger - even uitschakelen, en met een plotselinge dreun denderen we al over het viaduct over den Amsterdamschen Straatweg. Sommige menschen kijken even op, enkele blijven verrast staan, maar de meesten hebben er niet eens erg in, dat Utrecht C.S. weer een rang hooger is, dat er weer geregeld electrische treinen zullen aankomen en vertrekken. Maar toch zullen velen het dienzelfden dag nog wel merken, als de N.S., hoewel de officieele dienstregeling pas Maandag 5 Augustus ingaat, reeds ten gerieve van de vele vacantiegangers een geïmproviseerde electrische dienst rijden.
En daar gaan we dan, bijna geruischloos over de Vechtbrug, door den grooten boog om de stad naar Blauwkapel, waar nu al per dag ongeveer 150 treinen passeeren, door den scherpen boog om het fort heen en dan zijn we onder de ,,kromme palen". Deze beslist niet veel ter wereld voorkomende bovenleidingconstructie heeft het voordeel, dat een seinpaal onmiddellijk gezien wordt; daar die dan wel de eenige rechte paal vlak langs de baan is. Groenekan-West flitst voorbij, steeds sneller gaat het totdat de naald van den snelheidsmeter tusschen 105 en 110 blijft trillen. Opmerkelijk rustig loopt dit CD-motorrijtuig.
Ondertusschen hooren we eenige explicaties en toelichtingen van deskundige zijde: Voor de lijn Ut-Hvs had men 200 ton koper noodig, terwijl ook het geheele emplacement Utrecht C.S., met een totale lengte der sporen van ruim 16 km, geëlectrificeerd moest worden. Dit was noodzakelijk, daar het zeer moeilijk is om een dergelijk ingewikkeld emplacement van bovenleiding te voorzien, wanneer een gedeelte der sporen al electrisch bereden wordt. De lijn wordt gevoed door twee onderstations, nl. één te Hvs (Soestdijkerstraatweg) en één te Ut (Cremerstraat). Het onderstation te Hvs was reeds ingericht voor de electrificatie van Amsterdam-Amersfoort. Er staat nu één gelijkrichter met een vermogen van 1200 kW; gedurende 40 sec mag deze gelijkrichter echter met 600 kW overbelast worden. Dit in verband met het hooge stroomverbruik bij het aanzetten en optrekken der treinen.
Ondertusschen zijn we de ,,Rading" al door en razen langs den Soestdijkerstraatweg. De Hilversummers, die - overigens zeer begrijpelijk - erg op de electrische treinen gesteld zijn, zwaaien uitbundig als zij zich realiseeren, dat die electrische uit Utrecht komt! We kronkelen over een stel wissels en dan staan we, 14 minuten na vertrek uit Utrecht C.S., op het perron van Hilversum.
Tien minuten later wordt de terugreis aanvaard. Na nog een keer voor een onveilig sein gestopt te hebben, stappen we even voor Utrecht C.S. uit en loopen over het emplacement naar het onderstation Utrecht-Noord aan de Cremerstraat. Dit is nog niet in bedrijf en daarom wordt zijn taak voorloopig gedeeltelijk overgenomen door een rijdbaar onderstation. Dit gerepatrieerde onderstation werd ergens bij Innsbruck teruggevonden, gelukkig practisch onbeschadigd; het tweede is nog spoorloos. Aan het vaste onderstation Utrecht-Noord wordt hard gewerkt. Er zijn inmiddels twee zeer moderne Zwitsersche gelijkrichters aangekomen van een luchtgekoeld type, dat tijdens en oorlog in Zwitserland ontwikkeld werd.
Begin December gaat men op Amersfoort electrisch rijden, zoodat de ,,Gooische driehoek" tusschen Ut-Hvs-Amf dan voor 't eerst ,,dicht" is. Het baanvak Utrecht-Hilversum wordt bereden met 4-wagentreinstellen, waarvan twee motorwagens. Elken werkdag loopen er 9 treinen door naar Amsterdam en terug. Deze bestaan uit 6 tot 8 rijtuigen, maar op drukke tijden zagen we ook al een elf-wagentrein binnenloopen. De rijtijd Utrecht-Amsterdam over Hilversum is 46 minuten voor doorgaande treinen.
Tekst: Maandblad NVBS, 14e jaargang nr. 9, 2 september 1946
Foto: De eerste naoorlogse elektrische trein naar Amersfoort, in Hilversum begin december 1946. Het blokkendoosmaterieel is getooid met de stadswapens van Amsterdam en Amersfoort. Foto gemaakt door rangeerder N. Spilt; collectie Nico Spilt.