Zoals reeds eerder werd vermeld, zal te Mulhouse het Franse Spoorwegmuseum worden gevestigd. In afwachting van de opening van het definitieve museum, die pas omstreeks 1976 kan worden verwacht, werd op 3 juli 1971 een voorlopig museum geopend, onder de naam "Exposition permanente de matériel de chemin de fer".
Dit voorlopige museum is gevestigd in de voormalige ronde locomotiefloods ("rotonde") van Mulhouse Nord, waar men de beschikking heeft over 12 stervormige sporen. Twee hiervan zijn beschikbaar gesteld voor materieel van de AMTUIR (Association pour le Musée des Transport Urbains, Interurbains et Ruraux). Men vindt hier een oude Parijse autobus (met open achterbalkon) en elektrisch motorrijtuig 874 uit Rijssel (Lille). Beide voertuigen zijn door vrijwilligers van de AMTUIR geheel gerestaureerd. Voorts is het de bedoeling, hier ook een trolleybus te plaatsen.
De overige 10 sporen van de rotonde bieden plaats aan een twaalftal stoomlocomotieven, uiteenlopend van de "Buddicom" van 1844 tot de 241 A 1 uit 1925. Al deze machines zijn door de SNCF geheel gerestaureerd. Uiteindelijk zullen er in het museum meer dan 100 locomotieven worden ondergebracht, terwijl de verzameling locale vervoermiddelen een analoge uitbreiding zal ondergaan.
Onder de locomotieven die nu reeds in het museum zijn opgenomen, bevindt zich ook de 3.1192 die door een onzer leden in september 1970 werd gefotografeerd te Coudekerque (Frans Vlaanderen), waar hij geheel in de oorspronkelijke staat was gebracht. De 3.1192 werd in 1937 gebouwd door de "Nord"; hij behoorde tot de series 3.1191-3.1198 en 3.1111-3.1130, later bij de SNCF serie 231E 21-48. Hetzelfde loctype reed eerder bij de "Paris-Orléans" (serie 3521-3589); van deze machines werden er 20 door de "Nord" overgenomen (nummers 3.1171-3.1190, SNCF 231 E 1-20). Het type beviel zo goed dat de "Nord" 28 nagenoeg gelijke machines liet nabouwen.
Tekst: Op de Rails 1971, pagina 278
Foto: Nico Spilt, 25 september 1970